Havezate Terheijl

Uit Historie Nietap-Terheijl

Vanwege de bijzondere verdiensten van Caspar van Ewsum, hij was onder andere van 1599 tot 1639 Drost van Drenthe, kreeg het buitenverblijf Terheijl in 1632 de status van Havezathe. Hier waren grote voorrechten aan verbonden, zoals vrijstelling van boerlasten en geen inkwartiering van krijgsvolk. De familie Van Ewsum heeft het huis echter nooit zelf bewoond. Waarschijnlijk ook niet Anna van Ewsum, de laatste telg uit de familie, die Rombout Verhulst het schitterende praalgraf in de kerk van Midwolde heeft laten maken.

Na het overlijden van haar eerste man, Carel Hieronimus graaf Von Inn- und Knipphausen, is zij hertrouwd met diens achterneef Georg Wilhelm.

Hun kinderen erfden Terheijl. Om te wonen bleek de borg Nienoord meer in trek dan de havezathe, die meestal werd verhuurd of leeg stond. De familie Von Inn- und Knipphausen was meer gericht op haar bezittingen in Groningen.

Huis Ter Heyl.

In 1771 ging de havezathe over naar Jan Carel baron Van der Borch, die Terheijl in 1783 weer verkocht aan Arend baron Sloet van Tweenijenhuizen. Het echtpaar Sloet wilde zelf op Terheijl gaan wonen en gaf opdracht om het huis grondig te renoveren. Arend Sloet stierf echter al in 1786, nog voordat het huis gereed was. Na zijn overlijden behartigde zijn vrouw, baronesse Johanna Philippina Sloet-Van Dedem) tot den Gelder, de familiezaken en kreeg daarbij steun van haar rentmeester Willem de Lille. Deze contacten liepen drie jaar later uit op een huwelijk dat in Vollenhove werd gesloten. Baronesse Johanna en Mr. De Lille verhuisden daarna alsnog naar de havezathe in Terheijl.

Het huis was gemoderniseerd in empire stijl, met nieuwe ramen en de muren waren wit gepleisterd. Ook het interieur was helemaal aangepast aan de wensen van de nieuwe bewoners. De fraaie Engelse tuin rond het huis maakte het geheel tot een schitterend landgoed.

Mr. de Lille begon na zijn komst op Terheijl direct met de ontginning van veengronden. Opvallend en ongewoon voor die tijd was zijn initiatief om de veengronden in kleine gedeelten aan gezinnen te verhuren. Daarnaast werd hij weer actief op politiek, juridisch (hij was advocaat) en agrarisch gebied. In 1802 werd hij benoemd tot lid van de heropgerichte Etstoel en later werd hij raadslid van Drenthe. Na het overlijden van De Lille in 1810 bleef zijn weduwe op Terheijl wonen. Zij stierf in 1815 en na de boedelscheiding werd haar dochter Catharina Christina Conradina barones Sloet tot Tweenijenhuizen eigenares van het huis.

Schilderij met portret van baron Borchart Frederik Willem van Westerholt.

Catharina en haar echtgenoot baron Borchart Frederik Willem van Westerholt gingen op huis Terheijl wonen. Baron Van Westerholt zag mogelijkheden voor een nieuwe industrie. Hij wilde de aanwezige potkleigrond laten afgraven voor de fabricage van stenen en dakpannen. Zijn initiatief kwam vermoedelijk voort uit de wetenschap dat in de provincie Groningen de ene na de andere steenfabriek succesvol van start ging. Het idee voor de bouw van een steenfabriek werd opgepakt door Carel Willem Alexander, de jongste zoon van baron van Westerholt, die in 1840 met zijn echtgenote Maasjen Peters Bussink vanuit Vorden naar Terheijl kwam. Zij kwamen bij zijn bejaarde vader in huize Terheijl inwonen. In 1841 werd op een perceel grond aan de rand van het bos een steenfabriek gebouwd. In 1843 kon de 'steenoven en pannenbakkerij' in gebruik genomen worden.

Baron van Westerholt is in 1852 overleden. Zijn erfgenamen hadden, mogelijk vanwege onenigheid over de erfenis, besloten tot verkoop van het gehele landgoed inclusief de havezathe en de steenfabriek. Op 17 oktober 1853 werd het "aanzienlijk hecht en sterk doortimmerd en goed onderhouden Heerenhuis, genaamd Ter Heijl, met 8 Beneden- en Bovenkamers, Zaal, Provisie- en Badkamers, Keuken, kelder, stallingen, Koetshuis en Schuur, Koetsiers- en Tuinmanswoningen, fraai aangelegden Tuin met druivenkast, Hoven met uitmuntende vruchtboomen, riante Vischrijke Waterpartijen enz.enz." te koop aangeboden. Behalve het landgoed werden ook de uitgestrekte landerijen en de bijbehorende, verpachte boerderijen verkocht.

In de verkoopcatalogus is sprake van "Eene boerenbehuizing en schuur, Romen genaamd, met erf, tuin, landerijen en gronden". Verder wordt er gesproken van vrije overgang over het 'Roomsch tiltje'. Over 'Romen' is weinig bekend, maar zeker is dat het al zeer lang bewoond is. Al in de tijd van de monniken hebben hier een of meer huizen gestaan. Uit de volksmond is het verhaal bekend dat 'Romen' het laatste station was voor de boetelingen die weer terug mochten keren naar het klooster in Aduard. De naam zou verwijzen naar het echte Rome waar de Paus zetelt. Het is een leuke verklaring maar of het historisch juist is, is allerminst zeker. Behalve 'Romen' hoorden er bij het landgoed nog meer boerderijen waaronder een met de naam 'De Osseboer', gelegen ten zuid-oosten van het landgoed.

De boerderijen en gronden, met een totale oppervlakte van 1700 ha., verdeeld over 250 percelen, brachten 192.000 gulden op. Het huis Terheijl werd voor 35.000 gulden gekocht door ene H.B. Harkema, uit Warfhuizen. Harkema was aannemer en kocht het huis voor de sloop om de bouwmaterialen te hergebuiken. Direct na de overdracht liet hij het huis, toen al tot grote spijt van velen, afbreken. Hij verkocht de bouwgrond en aangrenzende landerijen aan Alje Bonthuis, vervener te Nietap, die op de fundamenten van het huis een grote boerderij liet bouwen. Tot in de zestiger jaren van deze eeuw is deze in gebruik gebleven. Een brand verwoestte in 1969 de schuur, maar dankzij de brandmuur bleef het woonhuis behouden. Dit wordt nu door particulieren bewoond. Een gedeelte van de grachten en singels is nog aanwezig.

==Bronnen==
Bron(nen):